Vimexx Facebook

Hoe werkt het DNS beheer in DirectAdmin?

Geschreven door Vimexx op 01-04-2019

Hoe werkt het DNS beheer in DirectAdmin?

Geschreven door Vimexx op 01-04-2019

Vaak zal er bij het ontwikkelen van een website het een en ander aangepast moeten worden in de DNS.
Wanneer je het domein hebt gekoppeld aan een hosting pakket, zal de DNS beheerd worden in DirectAdmin.

Deze handleiding zal uitleggen hoe je deze DNS kunt beheren en wat voor bijzonderheden er zijn bij verschillende DNS records.

  1. DNS records toevoegen
  2. Verschillende record types
    1. NS records
    2. A records
    3. AAAA records
    4. CNAME records
    5. MX records
    6. TXT records

DNS records toevoegen


Belangrijke informatie vooraf

Er zijn vooraf enkele dingen die van belang zijn te weten wanneer je DNS aanpassingen wilt maken.
Het is bijvoorbeeld niet mogelijk een bestaande record aan te passen.
Deze kan enkel opnieuw worden toegevoegd en de oude record moet daarbij verwijderd worden.

Verder is de meest gemaakte fout het vergeten van een afsluitende punt bij het invoeren van een domein.
Als je dit niet doet, wordt je domeinnaam er automatisch achter geplaatst.
Voor subdomeinen hoef je dus niet je domeinnaam erachter te typen.


DNS records toevoegen

Je kunt je DNS in DirectAdmin aanpassen onder DNS management. Onderaan deze pagina zie je de invoer velden voor de DNS records.

Wanneer je een record toevoegt, herlaadt de pagina.
Het heeft dus geen nut om meerdere records tegelijk in te voeren.

Verschillende record types

In deze handleiding zullen we de volgende 6 records behandelen:

  1. NS records
  2. A records
  3. AAAA records
  4. CNAME records
  5. MX records
  6. TXT records

De TLSA en CAA records kunnen nodig zijn bij specifieke certificaat instellingen en zijn daarmee optionele records voor ervaren gebruikers.
Het aanmaken van SRV records behandelen we in een aparte handleiding, omdat dit wat gecompliceerder is dan de reguliere records. Hier is de handleiding voor SRV records: Hoe maak ik een SRV record aan?

De PTR record kan je in zijn geheel negeren, deze zal je nooit nodig hebben.


1. NS records

NS records, ofwel Nameserver records, worden in principe binnen je klantenpaneel beheerd. Hoe je nameservers kunt wijzigen, staat hier uitgelegd.
De nameservers binnen DirectAdmin dienen echter altijd gelijk te staan met de nameservers die je bij je domeinbeheer instelt.

NS records

Standaard zullen de nameservers altijd naar onze nameservers staan, maar je kunt ook eigen nameservers gebruiken.

Als je eigen nameservers gebruikt, zorg er dan voor dat dit op beide plaatsen ingesteld staat.
Vergeet niet je record binnen DirectAdmin af te sluiten met een punt.

2. A records

A records wijzen je domein of een subdomein naar het IP adres van een server. Dit kan een server van ons zijn, maar je kunt je domein ook ergens anders naartoe wijzen.

A records

Voor subdomeinen hoef je enkel het subdomein in te voeren. Hier wordt automatisch het domein achter geplaatst, als je het niet afsluit met een punt.

Het is wel een vereiste dat je domein (kloppend) op de server waar je naartoe wijst geconfigureerd staat. Anders zal dit tot een foutmelding leiden.

3. AAAA records

De functie van AAAA records is vrijwel gelijk aan die van A records. Het enige verschil is dat een A record een IPv4 adres gebruikt en AAAA records voor IPv6 zijn.
Er zijn veel servers die helemaal geen IPv6 hebben en dus ook geen AAAA records. Onze servers ondersteunen standaard wel IPv6.

AAAA records

Wanneer je met een A record naar een externe server wijst waar geen IPv6 beschikbaar is, dien je de overeenkomende AAAA record te verwijderen.
Als je dit niet doet, zullen sommige bezoekers namelijk over IPv6 verbinden en bij onze server uitkomen.

4. CNAME records

Een CNAME record haalt eigenlijk de A/AAAA records van een domein op. Het heeft dus uiteindelijk dezelfde functie als A/AAAA records, maar is dynamisch.
De IP adressen passen zich namelijk automatisch aan wanneer de IP adressen van het domein wat je koppelt wijzigen.

Verschillende services maken hier gebruik van, wanneer je een domein wilt koppelen.

CNAME records

Je kunt geen CNAME toevoegen voor een naam waar al een A en/of AAAA record voor bestaat.
Deze zal je dus moeten verwijderen voordat je de CNAME kunt aanmaken.

CNAME toevoegen

Let op de afsluitende punt!
Zonder deze punt voegt DirectAdmin automatisch je domeinnaam aan de record toe.

De www in de record wordt dus automatisch uitgelezen als www.voorbeeld.nl

5. MX records

Ontvangende email wordt geregeld naar aanleiding van je MX record(s). MX staat hierin voor Mail Exchanger en met je MX records kan je aangeven welke ontvangende mail server je wilt gebruiken.

Standaard zal dit naar mail staan, zodat je email naar je lokale mailserver verwezen wordt.
De A en AAAA records voor mail.voorbeeld.nl wijzen namelijk standaard naar de server waarop je het domein host.

MX records

Let erop dat, wanneer je de email extern gehost wilt hebben, dat je de lokale mailserver uit dient te schakelen.
Anders kan dit voor aflever problemen zorgen.

Je kunt de lokale mailserver uitschakelen in DirectAdmin, onder MX Records, door het vinkje bij Local Mail Server te verwijderen.

6. TXT records

Voor TXT records is geen vaste functie, omdat deze geen actieve rol spelen. TXT records worden daarom vaak gebruikt voor bijvoorbeeld een verificatie proces.

Hoewel TXT records geen actieve rol spelen, zijn er toch enkele records met een vaste functie voor de email afhandeling.
Dit zijn de DMARC, SPF en DKIM records.

TXT records

Hiervan is de SPF record verreweg de belangrijkste, omdat vrijwel ieder spamfilter deze vereist.


SPF staat voor Sender Policy Framework en geeft aan vanaf welke locaties jouw domein email mag versturen.
Hier kan je dus verschillende servers of services aangeven.
De SPF record is altijd een TXT record voor je domein zelf en begint met "v=spf1

Een service dient altijd in de vorm include:spf.voorbeeld.nl in je SPF record te worden opgenomen.
Je kunt maximaal 1 SPF record gebruiken, maar hierin kan je in principe onbeperkt servers toevoegen binnen je record.

Je kunt hier meer lezen over de formulering van SPF records.


Het DKIM record is een sleutel. Je kunt deze niet zelf bedenken, maar deze dient door een mail service aangedragen te worden.
Voor DKIM records binnen onze hosting, kan je deze gemakkelijk instellen en/of resetten.
Ga hiervoor binnen DirectAdmin naar DKIM reset en klik op Confirm.


Je DMARC record geeft aan hoe streng de DKIM voor emails vanaf jouw domein gecontroleerd wordt.
Wanneer deze op p=none; sp=none; staat, zullen emails met een onjuiste DKIM desondanks gewoon aankomen.

Als je wilt dat emails geweigerd worden als je DKIM niet klopt, dan dien je "none" te veranderen in "reject"

Gebruik nooit een DMARC, wanneer je geen DKIM hebt. Dat zorgt voor problemen.

Op deze website staat uitgebreid uitgelegd hoe je zelf een DMARC record op kunt stellen.


Loop je ondanks deze handleiding toch nog vast bij je DNS beheer, dan helpen we je hier graag mee!
Je kunt hievoor contact opnemen langs de Livechat of middels een ticket.

Heeft deze handleiding je goed geholpen?